Nederlands is mijn moedertaal en meer dan dat. Ik heb er mijn missie van gemaakt:

  • SCHRIJVER: Ik gebruik de taal om (andermans) verhalen te schrijven
  • COACH: Mensen en teksten help ik taalvaardiger te worden
  • DOCENT: Ik geef lessen Nederlands aan anderstaligen

En ja, ik beken, ik ben ook zo iemand die als cadeau altijd een boek geeft, die te pas en te onpas taalfouten corrigeert en die argeloze kindjes de liefde voor taal doorgeeft door versjes te schrijven en verhalen voor te lezen ...

Het Uilenspelmeisje Volgen

uilenspelmeisje.png

Dit verhaal over het Uilenspelmeisje begint niet hier. Het begon heel ergens anders, ik weet niet precies waar. En waar het verhaal van het Uilenspelmeisje naartoe gaat, ook dat weet ik niet. Maar wat ik wel weet is dat je over (kans)armoede verontwaardigd kunt blijven, of je kunt proberen er wat aan te doen.

Dat is hoe ik bij Uilenspel terechtkwam: huiswerkbegeleiding bij een kindje uit de eerste of tweede klas, dat zou ik gaan doen. Het intakegesprek, de basisopleiding, het heen-en-weerschrift ... het was me allemaal bekend, ik zag het helemaal zitten. Tot ik de informatie over ‘mijn’ kindje kreeg: “Het gezin leeft in precaire omstandigheden”, stond er. Zes woorden en ik kreeg ze maar niet uit mijn hoofd. Ik wist ineens: ik ben een naïeve burgertrut. De vierde wereld, de armoe bij mij om de hoek, ik heb geen benul. Waar ben ik aan begonnen?

Het Uilenspelmeisje heeft heel lang heel donker haar, ze mist een voorste tand en op haar smalle rug bengelt een boekentas van Frozen. Mijn Uilenspelmeisje is zoals zoveel meisjes van zeven, denk ik toch een beetje verrast, wanneer ik haar de eerste keer zie.

Mijn taal is niet haar taal, ik ben voor haar een onbekende vrouw en toch zit ik die avond bij haar thuis aan tafel. Ik besef hoe vreemd dat voor haar moet zijn. Maar zij lost de situatie heel handig op: ze grijpt meteen naar dat wat ons hier samenbrengt, de huiswerkblaadjes. We lossen de oefeningen samen op, het eerste contact is gelegd.

De hele week al duikt ze op in mijn hoofd, mijn Uilenspelmeisje, als ik over Oekraïense arbeiders lees, bericht hoor over kindjes aan de Mexicaans-Amerikaanse grens, als ik huizen zie met lakens voor de ramen.

Gisteren was ik voor mijn Uilenspelmeisje in de speel-o-theek, op zoek naar iets leuks om straks samen te doen. Tellen, daar ga ik voor, ik wil haar goed leren tellen en rekenen. Wie me kent zal dat verbazen. Ik ben een verhalenmens, ik hou van taal, van lezen en voorlezen. Maar nu gaat het over haar, zij van wie het totaal niet zeker is waar ze ooit terecht zal komen, in welk land en dus in welke taal. Dan is ze beter af met een rugzakje rekenen, realiseer ik mij. Eén plus één is overal twee. En zoals we nu bezig zijn, is geld overal belangrijk. Taal komt wel. Daarin heeft ze tenslotte nu al meer bewezen dan ik: zeven jaar en ze spreekt een Slavische én begrijpt een Germaanse taal. Zover ben ik, een halve eeuw ouder, nog niet eens.

Roos, maan, bij, koek, room ... het lezen lukt aardig.  Maar kent ze al die dingen ook? “Room, weet je wat dat is?”, vraag ik. Ze schudt het hoofd. Ik leg het haar uit. Ze knikt en nu zegt ze met een intonatie waaruit ik begrijp dat zij het woord inderdaad verstaat: “Room!” Zo gaat het ook bij rekenen, altijd leert ze nieuwe woorden bij – het kan niet anders of het knettert nogal daar in dat hoofdje van haar. We tellen libellen, krokodillen, ballonnen, konijnen ... Als we aan de lieveheersbeestjes komen en ze hoort me het woord uitspreken, kijkt ze me aan met ogen die zeggen: dat zal voor een andere keer zijn. Ik knik en we tellen samen de stippen.

“Hé, juf!”, roept ze al van ver en ik voel me warm worden vanbinnen. We zijn nog maar een paar weken verder en waar ik eerst een stil meisje zag dat zich onzichtbaar leek te willen maken, zie ik haar nu huppelen, met zwier het haar van haar voorhoofd strijken, lachen als ik de twee nieuwe woorden die zij mij leerde toch weer fout uitspreek. En ook, waar ze de eerste weken gedwee las en telde en rekende, begint ze naar het einde van ons uurtje te schuifelen op de bank, zoals alle meisjes van zeven zouden doen na een uur huiswerk. “Gaan we kleuren?”, vraagt ze. Ik kan geen neen zeggen. Zij mag Dora doen, ik de aap. Als ik het bij het kleuren niet kan laten om te vragen: “Hoeveel bloemen zijn er?”, zegt ze laconiek: “We kleuren.” “Zeven”, zegt ze dan toch, terwijl ze Dora’s T-shirtje roze kleurt.

Het Uilenspelmeisje en ik gaan ook in 2019 door. Want ik zei het al: zoals haar verhaal niet hier begon, eindigt het ook niet hier. Verhalen van meisjes van zeven zijn bedoeld om nog heel lang te duren en vooral ook, om nog alle kanten uit te kunnen. Ik wens het haar van harte.

Ook geïnteresseerd? www.uilenspel.be



Dec 2018

Al wat lezen?


Contact

  • Comm. V Pheidippides
  • Zalmstraat 17
    9000 Gent
  • Ondernemingsnr BE-0893.999.015